Deel 9, pagina 35:
    „Och,” meende Jan Prins. „Ik wil het hem wel zeggen.” Jan boog zich naar de Bolle toe met groot vertoon van vertrouwelijkheid „Wij gaan naar Keulen.”
    „Naar Keulen?” herhaalde de Bolle en keek naar Arie en Bob, die instemmend knikten.
    „Flauw van je,” zei Arie tegen Jan. „Dat had hij zelf wel kunnen raden en een reep Kwatta verdienen.”


    Reclamespeldje van Kwatta.