Deel 5 (pocket BE2), pagina 18:
    „Staat er niet ergens in de Camera Obscura dat het verbazend is hoeveel een Hollandse jongen in zijn zakken heeft?”

    Nee, dat staat er niet letterlijk; er staat wl (op blz. 14 van deze uitgave uit 1988 van Rebo Productions uit Lisse) :
    „In dees broek voert hij met zich - al wat de tijd opgeeft; dat wisselt af; knikkers, stuiters, ballen, een spijker, een aangebeten appel, een stukkend knipmes, een touwtje, drie centen, een kluit vischdeeg, een dolle kastanje, een stuk elastiek uit de bretel van zijn oudsten broer, een leeren zuiger om steenen mee uit den grond te trekken, een voetzoeker, een zakje met kokinjes, een grifje, een koperen knoop om heet te maken, een hazesprong, een stukje spiegelglas, enz. enz., alles opgestopt en in rust gehouden door een bonten zakdoek.”