Deel 35, pagina 54:
    Hij legde een zwaar klinkend bruinpapieren pakje op tafel en wreef zich tevreden in de handen.
    „En nou heb ik een honger als een krokodil. Wat hebben jullie intussen zoal voor lekkers gekocht?”
    „Lekkers gekocht?” riep Jan. „Daar zijn we nog niet eens aan toe gekomen. We konden wat porties blauwe bonen gratis krijgen. Wat heb jij in dat pakje daar?”
    „Twee gebruikte, maar goede Walther-pistolen. Met wat munitie.”


    Een aansteker, vermomd als Walther-pistool; daar maak je Lilian Peters („Tumult in een toeristenhotel”) in ieder geval niet bang mee.