Deel 33, pagina 177:
    Terwijl de Amerikaan Evers in accentloos Engels uitgelegd kreeg dat hij als de wiedeweerga moest maken dat hij het pand verliet, wendde Arie zich tot een oude man die met de linkerhand leunde op een wandelstok met een wit-ivoren knop en die in de rechterhand een krant hield waarmee hij op een knie tikte. Het duurde een paar tellen voor hij sprak, want hier zat duidelijk geen heer die in het hotel was gestald om boodschappen aan te nemen. Hier zat iemand tegen wie je automatisch ‘u’ zei, liefst nog nadat je een buiging had gemaakt. Hij was gekleed in een boernoes, de traditionele Arabi-sche witte mantel met kap. Zijn gezicht zag eruit of het elke dag een uurtje door minstens drie personen werd verzorgd en zijn ogen waren zo fel dat je verwachtte dat hij er vonken uit kon laten springen.

    Ruim een uur zitten wachten op één glaasje tonic (van een concurrerend merk ook nog!), maar geen heer met witbe-knopte wandelstok te beken-nen!