Deel 31, pagina 169:
    Zijn humeur werd met een sprong enorm veel beter. Zoveel beter, dat hij er een roekeloze bevlieging door kreeg, de venter met de warme worstjes wenkte en een broodje met een worst kocht. Zijn opgewektheid kreeg een enorme opdoffer, toen hij hoorde dat een broodje warme knakworst een volle Mark kostte.
    „Was!” kreet hij geschokt uit. „Eine ganze Mark!”
    Hij maakte een gebaar of hij het geval weer terug wilde geven, keek in het gezicht van de venter en bedacht zich, zuchtte en diepte een Markstuk op, dat hij met afgewend hoofd over-handigde. Hij ging zitten voor hij een debat over het ontbreken van een fooi moest beginnen en begon zijn kostbaar broodje worst heel langzaam op te eten. Iets wat meer dan negentig cent kostte moest je naar waarde genieten, per slot van rekening.


    Echt geld!