Deel 5, pagina 30:
    „Er zaten nog heel wat aardige dingen bij... en... luister goed, broeders en medestrijders, men weet zich in het café heel zeker te herinneren, dat er ook een paar koperen kanonnetjes bij waren. Men weet dat zo goed, omdat die kanonnen niet apart waren verpakt, maar met een touw achter aan de wagen waren gebonden, die naar de haven reed. Ze hobbelden over de keien. Het laatste stuk informatie was, dat deze Hollandse zeeman een naam had die klonk als: „Jensen” en woonde in Amsterdam. Kan dat?”

    De twee koperen kanonnetjes, met uiteraard een briefje in de loop van een ervan!