Deel 1, pagina 149:
    „Maar we hebben één geluk: in het achterruim staan nog een stuk of twintig kratten London Tonic.”
    „Da’s een bof!” riep Arie, de eet- en drinkexpert. „Dat is de lekkerste tonic die er is!”
    „Daarom hebben we die ook aan boord,” zei Jack droogjes. „Het zijn van die grote gezinsflessen, en...”


    Vier klassieke London Tonic-glazen: een voor Jan, een voor Bob, een voor Arie en een voor hun geestelijk vader: Willy van der Heide?