Weimar:



    Weimar ligt langs een een lus van de rivier de Ilm ten zuiden van de Ettersberg, die met zijn 478 meter de hoogste top in het Thüringer Bekken is; de stad zelf, die beroemd is vanwege haar culturele verleden, ligt op ongeveer 200 meter hoogte, ruwweg halverwege tussen Erfurt en Jena. De stad wordt voor het eerst genoemd in 899 en betekent zo veel als „heiligdom aan het meer” (van het Oud-Hoogduitse wīh (heiligdom) en mer (meer). Al vanaf 1547 was de stad hoofdstad en residentie van het (groot)hertogdom Saksen, later Saksen-Weimar en nog later Saksen-Weimar-Eisenach: de eerste staat in Duitsland met een grondwet. In 1919 was Weimar acht maanden lang regeringszetel van de Weimarer Republik en tussen 1920 en 1952 de hoofdstad van Thüringen.
    Op 31 december 2020 telde de stad 65.098 inwoners.